Waar in 't bronsgroen eikenhout, 't nachtegaaltje zingt; Over 't malsche korenveld 't lied des leeuwriks klinkt; Waar de hoorn des herders schalt langs der beekjes boord: Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord! Ondanks de pastorale eerste strofe van het Limburgse volkslied geeft het langs beide oevers van de Maas gelegen Limburg op eigentijdse wijze vorm aan zijn toekomst, die vooral gestalte krijgt in zijn, door het verdrag van Maastricht beklemtoonde, internationale ligging in het Europa van morgen.